Kies één onderwerp, maximaal tien kleuren, een compacte omtrek en geen breekbare lijn van maar één kraal breed.
Open het genummerde raster, leg gelijke kleuren achter elkaar en strijk gelijkmatig op gemiddelde temperatuur. Controleer elke tien vakjes.
Deze breedte geeft ruimte voor ogen en contouren zonder dat het eerste werkstuk te lang duurt. Houd het bij ongeveer tien kleuren.
Als je het raster begrijpt, kun je je eigen foto omzetten en belangrijke details in de editor bijwerken.
Kies één onderwerp, maximaal tien kleuren en een gesloten, makkelijk herkenbare omtrek.
Een breedte van 32–40 kralen biedt een goede balans tussen detail en hoeveelheid werk.
Een klein werkstuk gebruikt meestal enkele honderden kralen. Na het maken zie je het exacte aantal per kleur.
Leg gelijke kleuren achter elkaar en vergelijk raster en grondplaat na elke tien vakjes.